Onderzoeksteams die divers zijn samengesteld, bijvoorbeeld met evenveel mannen als vrouwen, leveren beter onderzoek. En idealiter is gender ook een parameter in dat onderzoek. Maar hoe pak je die gendergelijkheid nu praktisch aan als onderzoeker? De lezing ‘Things you can start today to improve gender diversity’ op 4 maart belooft concrete handvatten. Initiatiefnemer Tania Van Loon: “Ik wil niet zomaar een feministisch pleidooi houden, maar gendergelijkheid verbetert de kwaliteit van onderzoek.” 

Schrijf je in voor de lezing ‘Things you can start today to improve gender diversity’ (4/3 - 14.00 tot 15.00)

Jij coördineert een team dat VUB-onderzoekers helpt bij het verwerven van Europese financiering. De Europese Commissie heeft strikte regels om gendergelijkheid in onderzoeksteams te bewaken en de genderdimensie in onderzoek te verhogen. Is er een grote discrepantie tussen wat Europa vraagt en hoe het er in de realiteit aan toe gaat op de VUB? 

“Ja en nee. Het gaat de goede richting uit maar wij zien toch dat het hier en daar nog beter kan. Dat sommige onderzoekers hier geen rekening mee houden, is trouwens niet altijd uit onwil. De genderdimensie is maar één van de vele parameters waar onderzoekers rekening mee moeten houden. Ook leeftijd, cultuur en inkomensniveau kunnen bijvoorbeeld een rol spelen.”  

Is het altijd relevant om gender als parameter te nemen? 

“Niet altijd, uiteraard. En als het niet zo is, kun je dit ook aangeven als je een projectaanvraag indient bij de EU. Al moet je het wel goed motiveren. Wij willen vooral de boodschap geven: denk er op zijn minst over na. Het kan best zijn dat jouw onderzoek geen genderdimensie heeft, maar stel jezelf de vraag of er echt geen reden is om een verschil te maken in gender. Soms is het een beetje te gemakkelijk om te zeggen: voor mij is dat niet relevant.” 

"De progressie gaat veel te traag en de achterstand is te groot. De Belgische cijfers hinken bovendien achterop in Europa"

 

In pakweg medisch onderzoek is het logisch om hier rekening mee te houden, maar ook daar gebeurt het niet altijd. 

“Inderdaad. Het is algemeen geweten dat er voor klinische labotesten meestal mannetjesmuizen worden gebruikt omdat je dan geen rekening moet houden met de vrouwelijke cyclus. Maar ook al maakt dat het onderzoek eenvoudiger, het is niet normaal dat we dit doen, want zo missen we de helft van het verhaal. Erger is dat ook voor in-vitro-onderzoek de cellen vaak louter van mannetjesmuizen komen. Is dat nog logisch? Op celniveau spelen de hormonale schommelingen van de cyclus niet. Waarom worden de vrouwelijke cellen dan uitgesloten?” 

 Kun je een paar voorbeelden geven van onderzoek waar de genderdimensie niet voor de hand ligt maar mogelijk toch belangrijk is? 

“Zeker. Er gebeurt veel onderzoek naar stedelijke mobiliteit. Sommige studies houden er geen rekening mee dat de noden en de gewoontes van de verschillende genders anders kunnen zijn. Het klinkt misschien karikaturaal, maar in veel gezinnen moeten vrouwen het woon-werkverkeer onderbreken om de kinderen te gaan halen op de opvang, of om boodschappen te doen. Er zijn ook vrouwen die in de grootstad vrezen voor hun veiligheid. Al die elementen hebben een impact op de mobiliteitskeuzes die ze maken. Ook in het domein van de hernieuwbare energie en het beleid daarrond kunnen noden verschillen naargelang van het gender van de gebruiker. Vooral vrouwen wijzen technologie met een hoog risico, zoals kernenergie of het opslaan van koolstof, sterk af vanwege de hogere kosten, hun aandacht voor gezondheid en de veiligheid van toekomstige generaties. Net zoals ook leeftijd of inkomensniveau een impact kunnen hebben. Want voor alle duidelijkheid, ik wil niet zomaar een feministisch pleidooi houden. Die genderdimensie in rekening brengen is in de eerste plaats een manier om onderzoek beter te maken.” 

vrouwelijke professor

Laten we het ook even hebben over de samenstelling van de onderzoeksteams. We zitten met een historische achterstand die ervoor zorgt dat je meer mannen hebt naarmate je hoger gaat in de academische hiërarchie. Is het niet gewoon een kwestie van tijd vooraleer dat zich vanzelf rechttrekt? 

“In 2013 waren 15,6% van de professoren aan Belgische onderzoeksinstellingen vrouwen, in 2022 zitten we aan 23,2%. De cijfers van de VUB liggen in dezelfde lijn. Die historische scheeftrekking is dus reëel, maar het is niet zo dat we er zullen geraken als we gewoon wachten tot de oudere professoren met pensioen gaan. De progressie gaat veel te traag en de achterstand is te groot. De Belgische cijfers hinken bovendien achterop in Europa. Als je weet dat het Europese gemiddelde 29,2% is, dan moeten we beter doen.” 

"Als je verschillende invalshoeken samenbrengt, til je je onderzoek naar een hoger niveau"

Hoe komt het dat we in België achteroplopen tegenover andere landen?  

“Ik denk dat het voor een stuk cultureel is. In sommige landen is gendergelijkheid zo’n evidentie dat er alles aan wordt gedaan opdat het gewoon gebeurt. In Noorwegen bijvoorbeeld hebben ze, toen ze vaststelden dat er niet genoeg vooruitgang werd geboekt, quota ingevoerd. Zo hebben ze op een paar jaar tijd een gigantische sprong gemaakt. Niet iedereen was blij met het systeem van de quota, maar eenmaal de verhouding man-vrouw was rechtgetrokken, konden de quota ook weer worden afgeschaft. Quota zijn één manier om de verhoudingen gelijk te trekken. In landen als Tunesië en Algerije hebben ze een andere aanpak. Daar kiezen opvallend veel vrouwen voor wetenschaps- en ingenieursrichtingen omdat ze zien dat het een manier is om zich te emanciperen. Zonder een systeem van quota is de verhouding daar nu ook bijna gelijk.” 

Kunnen we ons daardoor laten inspireren? Zouden wij ook quota kunnen invoeren? 

“In België zijn we meer van de zachte maatregelen. Voor quota lijkt er te veel terughoudendheid. Ook van vrouwen trouwens. Vrouwen in de natuurwetenschappen geven bijvoorbeeld aan dat ze overbevraagd worden als er in elke jury en in elk bestuursorgaan een genderevenwicht moet zijn. Ze zijn immers in de minderheid, waardoor het altijd dezelfde vrouwen zijn die in al die organen moeten zetelen. Voor quota is er dus maar weinig draagvlak, alleen blijken de zachte maatregelen niet zo efficiënt als je de cijfers bekijkt.” 

Is het belangrijk dat het genderevenwicht er echt overal is? In sommige richtingen zijn vrouwen misschien oververtegenwoordigd, is het dan erg dat er faculteiten of organen zijn met minder vrouwen?  

“In sommige faculteiten en richtingen zijn er inderdaad meer vrouwen dan mannen. Dat is evengoed een probleem. Alle soorten van diversiteit zijn een bron van excellentie. Diverse onderzoeksteams -en dat gaat naast gender evengoed over culturele achtergrond en senioriteit- leveren betere kwaliteit. Als je verschillende invalshoeken samenbrengt, til je je onderzoek naar een hoger niveau. Precies om die reden streven we niet alleen naar meer gendergelijkheid op alle niveaus en in alle faculteiten, maar ook in elke onderzoeksgroep. We kunnen met andere woorden als onderzoeker allemaal het verschil maken.” 

Praktische informatie
  • De lezing "Things you can start today to improve gender diversity" gaat door op 4 maart van 14.00 tot 15.00 uur in Gebouw M, M.0.5
  • Deelname is gratis, registratie is verplicht

Schrijf je in